De tafelprinses

Onderstaand ludiek verhaaltje verzon ik bij een beeld uit een droom die me sterk bij bleef. Wat later kom ik dit toch wel ongewone beeld tegen in de video van de nieuwe song van een bevriende zanger. We scheppen allen uit dezelfde kom.

De tafelprinses

de tafelprinses

Al jaren woonde Mona Lizzi alleen in haar kasteel. Ze droomde ervan om feesten te geven met rijkelijk gedekte tafels, maar er kwam nooit bezoek. Als ze al eens een uitnodiging stuurde voor een banket of een brunch, dan stuurden de mensen hun kat. In feite waren de dorpelingen bang van haar omdat ze er vreemd uitzag. Ze had roze ogen en roos haar, luchtig en hoog als een suikerspin. Haar kleren waren gemaakt uit stoffen waar andere mensen gordijnen van maakten, zetels mee overtrokken of bloem in verpakten. De lijfjes van haar jurken trok ze zo strak dat haar borsten er nét niet uit popten. De rokken droeg ze dan weer zo wijd dat er een tafel onder paste.

Op een dag deed ze dat letterlijk. Ze dekte zichzelf met oma’s mooiste servies en huppelde naar buiten.

‘Willen jullie met me tafelen?’ vroeg ze aan twee vrouwen met een wasmand onder de arm. De vrouwen keken haar aan alsof ze gek was en maakten zich snel uit de voeten.

‘Kopje koffie?’ sprak ze een volgende voorbijgangster aan.

‘Geen tijd’, snauwde die. ‘Sommigen hier moeten werken voor de kost.’

‘Zullen we milkshake gaan drinken en marshmallows snoepen?’ vroeg ze aan twee kinderen bij de bushalte.

‘We moeten naar school’, zei het meisje.

‘Mag ik mee?’

‘School is voor kinderen.’

‘Ik ging nooit naar school’, zei de prinses droevig.

De bus kwam eraan en Mona Lizzi probeerde op te stappen. Met een tafel onder haar jurk ging dat niet zo vlot.

‘Komt er nog wat van?’ vroeg de buschauffeur.

Twee mannen schoten ter hulp.

‘Als we haar kantelen lukt het wel’, zei de ene tegen de andere.

Voor ze het wist lag Mona Lizzi op haar zij en werden de mannen getrakteerd op een panoramisch zicht op haar pomponnetje.

‘Naturel roze’, lachten ze van onder tafel.

De buschauffeur rekende het driedubbele tarief aan.

‘Dat is niet eerlijk’, pruttelde Mona Lizzi tegen.

‘U neemt plaats in voor drie’, zei de buschauffeur.

‘Ik heb geen geld’, zei de prinses.

‘Dan kan je niet mee. Ik krijg ook geen gratis ritje bij de meisjes van plezier.’ De chauffeur grijnsde zijn niet zo’n fraaie tanden bloot.

Nadat de mannen hun ogen de kost hadden gegeven aan Mona Lizzi’s fraaie onderwerk, kantelden ze haar weer van de bus.

‘Mooi marchandies’, zeiden ze op het servies, althans zo dacht de prinses. ‘Maar van een schoon tafel kunnen wij niet eten.’

*

Brieven aan Gustaaf (maar eigenlijk aan mama en papa)

12 Jerry en Rocco

Gelukkig nieuwjaar Gustaaf !

Proficiat kleine man, jouw eerste levensjaar zit er bijna op! Wat heb je dat prachtig gedaan! Het was een jaar van ontdekken, verkennen, van groeien van een platte baby naar een stevige knuffelvent ; ) Een ware pelgrimstocht! En daar gaat dit laatste verhaal over, want Rocco en ik maakten een hele tocht eer we elkaar vonden.

Ik ben Jerry, kwajongen in hart en nieren ; ) ‘Niets mee aan te vangen,’ zeiden oude zeurpieten vroeger. Maar laat me jou een geheim verklappen: het gezegde: ‘Al wat je zegt ben je zelf, klopt. Wat mensen tegen jou zeggen, zeggen ze eigenlijk tegen zichzelf. Als je dat goed in je oren knoopt, kan niemand je op de kast krijgen. Dan wordt de wereld een amusant schouwspel. Als iemand tegen je zegt: jij bent een betweter! Dan denk jij: ‘Wat grappig, die vindt zichzelf een betweter.’ Het werkt in alle richtingen en ook met positieve dingen. Maar nu wat anders:

Op een dag had ik een droom dat iemand mij zocht. De droom was zo sterk dat ik geen andere keuze had dan te vertrekken om hem te gaan zoeken. Zo begon mijn queeste naar een onbekende bestemming. Ik stak oceanen over, beklom bergen, waadde door velden, op zoek naar die mysterieuze vriend wiens gezicht ik niet kende. Hoe meer ik het Noorden naderde, hoe dichterbij hij voelde. Maar eens aangekomen op de Noordpool, voelde ik me weer verder verwijderd dan ooit. Ik logeerde bij een Eskimo. Die nacht droomde ik dat ik terug naar huis moest. De volgende ochtend bracht hij me per slee naar de grens. Is dat cool man! Je waant je de Kerstman. Alleen, in plaats van rendieren, werd zijn slee getrokken door wolfshonden! Prachtexemplaren met een weelderig dikke vacht en een pluimstaart. De Eskimo vertelde me dat één van zijn sleehonden, een paar weken voor mijn komst was weggelopen. Toen hij dat zei liep er een rilling over mijn lijf.

Terug thuis lag er een bontje voor mijn deur, alsof een oma haar jas daar was vergeten.

Het was de poolhond van de Eskimo. Toen ik in zijn ijsblauwe ogen keek, zag ik de oceanen die ik was overgestoken op zoek naar hem. Ik wist dat ik mijn soulmate had gevonden en dat hij naar mij op zoek was gegaan.

Maar laat ik hem dat zelf vertellen:

Dag makker, ik ben Rocco, de meest eigenwijze poolhond van de Noordpool. Zo’n hond die denkt alles beter te weten. Strontarrogant was ik.

‘Mijn kop eraf als het niet zo is,’ zei ik altijd. Ik voorkwam vele ongelukken door mijn baas niet te gehoorzamen. Maar het maakte me niet geliefd bij de anderen, het leverde me geen vrienden op. Ze vonden me een betweter en terecht. Ik mocht dan wel gelijk hebben… mijn zelfvoldaanheid maakte al het goede teniet. Datgene waar we van nature goed in zijn, is geen verdienste maar een geschenk. Daar hoef je niet mee te pronken. Daar moet je juist dankbaar voor zijn dat jij dat talent mag dienen. Maar eer ik dat doorhad moest er heel wat gebeuren!

Op een dag voelde ik dat ik weg moest. Ik wist niet waarom en waarheen, maar vertrouwde erop dat mijn poten de weg zouden weten eens ik vertrok. Mijn tocht leidde naar België, naar een huis van een jongen die ik niet kende. Als een deurmat wachtte ik tot hij zou thuiskomen. Voorbijgangers probeerden me mee te lokken. Ze zeiden dat de bewoner voor een verre reis was vertrokken, dat ik daar zou liggen tot de wormen me opaten.

‘Hij komt terug,’ zei ik vastberaden. ‘Mijn kop eraf als het niet zo is.’

En zo gebeurde. Jerry vond me, uitgemergeld, meer dood dan levend. Toen hij me aankeek, schoot ik vol licht, alsof hij me een vitaminen spuitje gaf met zijn blik. Ik herkende hem zonder hem ooit voorheen gezien te hebben. Zo gaat dat met soulmates. Van toen af waren we onafscheidelijk.

Je zou gaan denken dat ik door dit gebeuren wel wat nederiger zou worden.

Mooi niet. Terug op kracht werd ik het vertrouwde arrogantje van voorheen. Ik werd overmoedig, begon mijn instincten te negeren en gedroeg me roekeloos. Als Jerry naar links wilde, ging ik naar rechts.

Tot de onvermijdelijke dag kwam dat ik het mis had. Jerry wilde met de bus gaan.

‘De ondergrondse is sneller,’ zei ik. ‘Mijn kop eraf als het niet zo is.’

Rebels rende ik de metro in. De metro waar enkele tellen later een bom zou afgaan…

De enorme knal rukte mijn kop eraf en katapulteerde me naar het komische dierenbos. (een spijtige woordspeling gezien de ver van komische situatie)

Daar vliegend in de lucht kon ik maar aan één ding denken: Jerry! Ik bad tot de engelen dat hij ongedeerd was. Ik kwam middenin een casting terecht. De casting voor jouw laatste knuffel. Mijn kop rolde als een verloren knikker voor de voeten van de jury. Die zagen het als een teken en kozen me als nr 12. Toen ze me weer in elkaar zetten, naaiden ze mijn kop omgekeerd op mijn lijf. Ik snapte er niets van, maar het kon me niet schelen hoe gek dat eruit zag. Boven alles wilde ik weer bij Jerry zijn, al was het met mijn kont op mijn muil genaaid. Al gauw werd me de reden duidelijk van die omkering: Doordat mijn kop binnenste buiten was, zaten al mijn gedachten nu aan de buitenkant. ‘Leve de vrijheid!’ riepen die en ontsnapten naar andere oorden. Alle arrogante gedachten in één keer weg… maar helaas ook de andere. Ik bleef eenzaam en alleen achter, zonder één enkele gedachte. (hét summum voor spirituele zoekers naar het schijnt) Teveel Zen ineens voor mij ; (

Mijn hart ging uit naar Jerry, maar ik had een kort mank pootje overgehouden aan de explosie waardoor ik telkens omviel als ik probeerde te lopen. Ik huilde als een wolf. Ze wisten niet wat er scheelde. Ik leek de eerste knuffel te zijn die niet naar jou wilde.

Mijn gehuil lokte Jerry naar het komische dierenbos. En toen werd alles duidelijk. Ze begrepen dat wij als Nello en Patrasche waren (een jongen en zijn hond uit Hoboken die beroemd werden tot in Japan) In Hoboken staat een standbeeld van hen en nu sinds kort liggen ze samen onder een dekentje voor de kathedraal van Antwerpen, de plek waar Nello stierf, nadat hij ernaartoe was gereisd om een schilderij van Rubens in het echt te zien.

Jerry en ik schrokken ons een ongeluk als we elkaar terugzagen, hij van mijn omgedraaide kop, ik van zijn witte verschijning! Hij leek wel een albino. Door alles te zien gebeuren was zijn haar in één klap wit geworden, van de schrik dat hij me kwijt was. Voor de tweede keer hadden we elkaar gevonden. De knuffelfee besefte dat ze ons niet meer kon scheiden en wilde een vervanger zoeken voor mij.

En toen besloten Jerry en ik om samen naar jou te komen. Als je van elkaar houdt maakt het niet uit waar je bent… samen zijn is het belangrijkste. Met plezier verhuizen we naar jou. Samen worden we als de drie musketiers! Onoverwinnelijk!

Lieve Gustaaf, als je hart je ooit zo een felle impuls geeft dat je er niet meer van kan slapen, dan wens ik jou de moed om te gehoorzamen! Het kan betekenen dat je op weg moet, op queeste, of dat je gewoon moet wachten… alleen je hart weet wat te doen… maar één ding is zeker:

Wat jij zoekt, zoekt ook jou !!!!!!!!!!!! (met 12 uitroeptekens ; )

Op de vriendschap!

Voor altijd de jouwe

Jerry en Rocco

 

Brieven aan Gustaaf (maar eigenlijk aan mama en papa)

11 Rudolph

Ho ho ho Gustaaf,

Rudolph 11 hier, broer van, ja je raadt het al: de beroemde Rudolph van de Kerstman. Onze ouders waren niet creatief. Elke zoon die geboren werd, noemden ze Rudolph, met een cijfer achter. Ik ben de laatste in de rij, de benjamin. Ik werd klein en dik geboren met korte poten. Mijn moeder dacht dat ik daar wel zou uitgroeien maar dat gebeurde niet. Toch moest ik zoals al mijn broers naar de vliegschool om onze Rudolph 9 te kunnen vervangen, mocht hem iets overkomen. Van zwart schaap schopte die het tot voorbeeld van de familie, en dat allemaal dankzij zijn rode neus (waar hij aanvankelijk werd mee gepest op school). Onthoud dit Gustaaf: de wereld zit schots en scheef in elkaar. Laat je nooit afleiden, misleiden door je omgeving als je met iets uit de mand valt! Als de natuur jou een rode neus heeft gegeven, of weet ik wat, dan is dat met een reden: Het kan jouw unieke ticketje naar succes worden.

Van toen onze Rudolph 9 zijn poot binnen had bij Santa himself, draaide bij ons thuis alles rond hem. Ik had het daar soms moeilijk mee. Begrijp me niet verkeerd, ik zie mijn broer graag, heel graag, en ik gun hem zijn succes, maar het voelde niet kloppen dat wij allemaal voor diezelfde kar (slee ; ) werden gespannen. Misschien had ik wel andere dromen? Maar daar werd niet naar geluisterd. Die plaats bij de Kerstman moest verzekerd blijven. Maar in al die jaren heeft mijn broer nog nooit iets voorgehad, geen poot verzwikt, geen buikgriepje, geen kiespijn, niks, helemaal niks. En wij maar trainen… Frustrerend hoor! Het is als bankzitten bij voetballers. Je moet constant in top conditie zijn, maar de eigenlijke match kom je niet aan bod. Gelukkig amuseerden we ons rot onder elkaar. De vlieglessen waren echter een ramp! Ik zat altijd helemaal onder de blauwe plekken van de schoppen die ik kreeg van mijn broers met hun lange poten. Gelukkig was ik steeds een beetje high van het toverzand dat we kregen (om te kunnen vliegen), waardoor ik het niet al te erg voelde.

Op een dag tijdens zo’n oefenvlucht gebeurde het: datgene wat alles veranderde en mij bij jou bracht: ik werd getroffen door een verdwaalde Cupido pijl. Even zag ik sterretjes, daarna werd alles zwart. Toen ik de ogen weer opende was ik ergens anders en keek ik in de ogen van het prachtigste wezen dat ik ooit had gezien: een engel. Ik was op slag verliefd. Terwijl mijn broers aan mijn bed waakten had ik de tijd van mijn leven. Plots kon ik vliegen, uit mijn lichaam, zoals je droomt, overal naartoe, zónder toverzand! Mijn engel reisde met me de wereld rond, liet zien waar haar volk allemaal actief was. Weken zweefde ik zo tussen hemel en aarde, leerde veel over de onzichtbare helpers onder ons. Dik tegen mijn goesting moest ik weer terug naar mijn lichaam en begon de miserie. Ik werd wakker uit mijn coma met een lam gewei. Mijn horens vielen langs één kant slap naar beneden. In de ogen van mijn broers zag dat er vertederend uit. Ze vonden me eruit zien als een hangoorkonijntje. Maar ik was gebroken, letterlijk en figuurlijk. Ik wierp mijn gewei af en treurde om wat ik verloren was. Je moet weten, een rendier zijn gewei, dat is zijn alles! Dat is de kroon op zijn kop, zijn radar voor de hogere werelden! Dat hoort trots omhoog te staan, niet als een afgelaten ballonetje te hangen ; (

Oké dat groeit wel weer, zoals jullie haar, maar eens gekwetst, dan krijg je wildgroei en groeit het in een vreemde vorm terug. Mijn broer ooit vervangen dat kon ik op mijn buik schrijven.

Ik besloot om mijn gewei aan jou te offeren. Pas nadat ik die beslissing had genomen, kwam mijn engel bij me terug. Ze vertelde me dat dit voorbestemd was, dat 11 een engelengetal is, dat ik in mijn coma, de tijd bij haar, zonder het te weten was opgeleid tot beschermengel voor jou. Zo zie je maar Gustaaf: soms vinden grootse dingen plaats zonder dat je het in de gaten hebt. Prachtige cadeaus kunnen verscholen liggen in zaken die schijnbaar verkeerd lopen. Dus verlies nooit je goede moed, blijf vertrouwen dat alles een hogere bedoeling heeft, dat erover jou gewaakt wordt… door meer wezens dan je beseft! Ik ben er één van en ik tel voor 11! Én dankzij mijn broer heb ik een voetje binnen in de hoogste (kerst)kringen. Je weet maar nooit waar dat goed voor kan zijn ; )

Is het niet bijna kerst ; ) ??? Ho ho hoooooooo !!!!!!!

Jouw beschermengel

Rudolph 11

 

Brieven aan Gustaaf (maar eigenlijk aan mama en papa)

10 Isabelle

Lieve Gustaaf

Toen ik ter wereld kwam en mijn moeder me welkom heette in haar koeiendialect, schrok ik me een ongeluk. Het vriendelijk bedoelde Moooeeeeh klonk als Booooeeeeh. Stel je voor dat je dat als eerste geluid hoort en er staat een gigantisch wit wezen voor jou, waar denk jij dan aan??? Een spook, toch? Een vuil spook, aan de vlekken op haar vacht te zien.

Toen ik de gevaarlijk gespannen ballon tussen haar poten opmerkte dacht ik: wegwezen! Ik wilde niet in de buurt zijn als dat ding ontplofte.

Het werd een anekdote waar ze me jarenlang mee plaagden. Maar alles kwam goed. Hoewel ze me toch wel eigenaardig bleven vinden. Op school probeerden ze me koeienmanieren te leren. Maar ik was niet zo een goede leerling. Ik dagdroomde voortdurend, enfin, zo zag het eruit voor hen. In feite was ik in constante bewondering voor alles om me heen. Ik kon uren naar paardenbloemen staren, hen zien ontluiken. Ik ontdekte dat dauwdruppels als een vergrootglas werken, dat spinnenwebben kleine mandala’s zijn…

Ik kon net zo goed opschieten met varkens als met ganzen als met wormen als met mijn eigen soort. Ik keek overal dwars doorheen als door een röntgenapparaat. Ik zag het leven in alle dingen doorheen het jasje.

Mijn moeder was de eerste die argwaan kreeg. Anders dan de andere koeien wrong ik me in rare kronkels waarin ik minutenlang bleef liggen. Ze googlede die vreemde houdingen en kwam erachter dat dit yoga was. Mijn vader zei dat yogi’s dit ook doen. Yogi’s zijn schriele wezens in India, die heel lang stilzitten, sommigen kunnen dat weken, maanden… enkelen zelfs jaren. Ze zien eruit alsof ze dood zijn, maar in feite zijn ze in meditatie. Hoe een simpele koe uit Heist op den Berg aan Indische kennis kwam was mijn ouders een raadsel. Dus lieten ze onze stamboom natrekken en toen bleek dat er effectief Indisch bloed in de familie zat. Dat was wat.

Je moet weten: Hier zijn wij, koeien, boerenmateriaal, maar in India zijn wij Heilig! Als ik daar op straat loop gaan alle auto’s opzij!

Mij maakte het allemaal niets uit. Maar voor de anderen deed het er wel toe: plots werd ik als heilig beschouwd en kreeg ik bezoek van god en klein pierke. Dieren kwamen mij om raad vragen. Sommigen brachten zelfs hun zieke familieleden mee. Ik wist niet wat mij overkwam? Hoe kwamen ze erbij dat ik kon genezen? Dat ik meer wist dan hen? Als zij urenlang zouden stil zitten en om zich heen kijken, écht kijken, dan zouden ze evenveel zien en weten.

Ze kwamen met allerlei vragen waar ik het antwoord niet op wist: welk soort gras ze moesten eten om spiritueel te worden zoals ik??? Of ze aan tantra moesten doen??? Het geheim van het geluk??? Is er een God?

Ze zagen me als hun goeroe. Goeroe Isabelle… Dat is toch om in je broek te doen?!

Ik weet niet of goeroe’s ontslag mogen nemen, maar ik deed het. Het was de enige manier die ik kon bedenken om ze te laten inzien dat het allemaal in henzelf zit, dat ze mij niet nodig hebben. Jij als frisse onschuldige baby, gaat dat snappen.

Geloof me Gustaaf: het enige heilige in mij, is het Leven. Hetzelfde leven dat ook in jou zit en in alle levende wezens. En dat eer ik! Elke dag! Daarvoor ga ik door de knieën.

Toen ze me probeerden binnenste buiten te draaien kwam de verrassing: mijn binnenkant was zo groot dat ik opging ik de wolken, ik vulde de hele wei, werd één met de lucht.

Zo paste ik natuurlijk niet in jouw bedje. Dus hebben ze me maar zo gelaten.

Lieve Gustaaf, luister naar me: Dat heerlijke babyzachte mini lijfje van jou is een wondermachine! De échte jij zit daar vanbinnen, als een kapitein in zijn duikboot… Jij bedient de knopjes! Er zijn knopjes voor lachkriebels, voor tranen, voor deugnietestreken… knopjes om jouw mama en papa om jouw kleine vingertje te draaien. (die heb je misschien al gevonden hihi)

Leer jouw machine goed kennen. Bestuur ze als een eervolle kapitein! Richt je op het Heilige Leven in alle dingen, dan wordt de hele wereld je vriend. Dan kan je boven de wolken stijgen, er één mee worden. Ik kan het weten. Ik ga het jou leren.

Liefs

Jouw co-piloot

Isabelle

PS hieronder enkele foto’s van yoga houdingen… goed voor de gezondheid.

 

 

 

 

 

 

Brieven aan Gustaaf (maar eigenlijk aan mama en papa)

9 Monky

Gustaaf,

Ik ga je iets vertellen dat je niet gaat geloven: achter deze apensmoel zit adellijk bloed. Ik hou je niet voor de gek. Ik kom van een lange voorouderlijke lijn van Vlaamse leeuwen. Het Belgische schild in het cijfer 9 is het bewijs. Ik leerde alles over ‘etiket’.

Maar van kleinsaf wist ik dat ik anders was. Niks wat bij leeuwen hoorde ging mij af. Terwijl op de zangles mijn klasgenootjes ramen kapot konden brullen, kwam uit mijn keel een hoog Oe oe aa aah geluid. In de turnles had ik dan weer 2x zoveel energie als de anderen. Met het grootste gemak sprong ik over de hoogste bok. In de les mediteren (gewoon een chique woord voor luieren) werd ik zot van ongeduld. Geen seconde kon ik stil zitten. Dan jeukte mijn neus, dan mijn oren… Zie je die nappen aan het uiteinde van mijn handen: dat zijn de overblijfsels van zuignappen, daarmee kleefden ze me tegen het raam, om me verplicht stil te houden. Wreed he? Volgens de dokter was het ADHD. Ze stuurden me naar de scouts om mijn energie kwijt te raken. Daar bij de welpjes, kon ik me eindelijk uitleven. Ik fopte iedereen, verzon verhalen, van de hak op de tak springend zodat niemand kon volgen. Toen ze me als totemdier ‘de aap’ gaven, zette me dat aan het denken. Was het mogelijk dat ik misschien werkelijk een aap was vanbinnen? Dat ik in het verkeerde lichaam was geboren?

Mijn ouders moeten dat onbewust gevoeld hebben want ze zeiden voortdurend: ‘Zet ons straks niet voor aap als het bezoek er is he!’ of: ‘Hou op met die apenstreken!’

En toen op 8 februari 2016, ging het Chinese jaar van de aap in, en werd jij kort daarop geboren. (Jawel, dat maakt jou ook tot een klein aapje ; ) Ik was niet meer te houden. Mijn lijf voelde als de verkeerde jas… de aap MOEST uit de mouw. En dus liet ik mij omkeren en bleek ik inderdaad een aap te zijn vanbinnen. Ik veranderde mijn naam van Franky in Monky. Op mijn oude dag wordt dat dan ‘Mon’ ; ) De Mon. Klinkt goed he?!

Ik kan je maar één raad geven Gustaaf: doe wat je voelt dat je moet doen. Als je het gevoel hebt dat je moet fluiten, fluit dan… ook al zegt iedereen dat je een vis bent en dat vissen blublubben. Leef naar je ware aard! Wees niet bang om voor aap te staan. Je zult beloond worden met een groot geluksgevoel vanbinnen.

Na mijn omkering woonde ik tijdelijk in de voormalige koekjesfabriek van Parain, die werd verbouwd naar een drukkerij en ik verbouwde het naar een speelparadijs, met mijn eigen cinemazaal! Daar komen de foto’s van.

Maar nu ben jij mijn thuis.

(Om jou als baby niet té hyper te maken, hebben ze mijn vurige 9, op een ‘kalme T-shirt’ genaaid. Kwestie van balans ; )

Wij worden dikke vrienden. Dat voel ik.

Monky,

Man, gaan wij leut maken! En als je ouders een keer boos worden, dan wijs je gewoon naar mij en zeg je: ‘Daar zit de schuldige aap.’

Brieven aan Gustaaf (maar eigenlijk aan mama en papa)

8 de Ronny

Ah de Gust,

Alles kits achter de rits? Gij hebt daar nog ni veel in die pamper he ; ) Komt wel jongen, komt wel. Oké dat ik u Gust noem? Kort en krachtig. Waar ik vandaan kom is dat nodig! Geen plek voor watjes.

Vrij jong verloor ik mijn moeder. Ze verslikte zich in een stuk gewei van een hert. Ik liet een tatoeage van haar op mijn borst zetten. Als ik raad nodig had, sprak ik met haar. In de geest was ze altijd bij mij. Maar dat zagen de andere dieren niet. Die zagen een tijger die met zijn tatoeage spreekt en dat is zelfs in het komische dierenbos vreemd. Dus lieten ze me links liggen, bang dat ik mijn verstand was verloren. Aan mijn lot overgelaten doolde ik op plekken waar ik beter niet kwam.

Op een dag werd ik opgepakt door een kleurenblinde cipier. Dat kwam door mijn strepen. Hij dacht dat ik een ontsnapte gedetineerde was. (In die tijd droegen de boeven nog strepenpakjes in de gevangenis) Ik, een tienertijger met een mama-tatoeage op zijn borst, kwam in de cel terecht met de grootste schoeljes onder de roofdieren. Kunt ge u dat voorstellen? Ik dacht dat ik eraan was. Maar ze accepteerden me. U moeder eren, daar hadden ze respect voor. Ze vertelden me de meest spectaculaire verhalen: hoe ze hun prooi in de val lokten enz…. Alle trucks van ouwe Charel… Ik hoorde, zag en zweeg. Zo maakten ze me slim.

Ik leerde dat ieder zijn uiterlijk in feite een camouflage is. Ik ontdekte dat door de lichtinval op mijn oranje strepen, mijn schaduw wordt gebroken, dat mijn schaduw er niet uitziet als een tijger, maar als tralies. Ik oefende me in zo te gaan staan alsof het leek dat ik er niet was. En zo fopte ik de cipiers. Ze openden de cel en weg was de Ronny!

Maar eenmaal buiten wist ik niet wat te doen met de plotse vrijheid.

Tot ik hoorde over u feestje en dat ze een nummer acht zochten. Beter dan ik hadden ze niet kunnen vinden. Geloof me: na jaren van achtjes draaien binnen een vierkante meter cel, dan wordt ge zelf een acht!

Nu kan ik erom lachen. Maar ‘t was niet simpel.

Op de operatietafel hebben ze zich wel misknipt. Hadden ze de acht uit mijn rug gehaald, terwijl ik er had op gedrukt om mijn tatoeage te gebruiken. Niet dat ik daar vanaf wil, maar ik wilde het mooiste van mezelf aan u geven. Allez, dat hebben ze dan toch rechtgezet. De acht uit mijn rug hebben ze vervolgens op mijn borst genaaid. Het ziet er wat raar uit, maar het is niet edat ik nog een schoonheidswedstrijd moet winnen ; ).

Wat ik wil meegeven is dat de ware vrijheid in uzelf zit. In u denken kunt ge altijd vluchtwegen vinden. Daarmee wil ik u niet aansporen om te ontsnappen aan de uitdagingen van het leven. Nee! Zoek vluchtwegen naar hulpmiddelen die u juist hélpen om de uitdagingen aan te gaan! Zo wordt ge vrij. En moet ge nooit vluchten.

Onder ons gezegd: Ik heb geen spijt dat ik naar u ben gevlucht. Da’s het zinnigste wat ik in mijn hele leven gedaan heb. Met mijn peperkoeken hart was ik in feite nooit een echte tijger. Ik deed alleen maar alsof. Maar dat moogt ge aan niemand verklappen!

De Ronny

Brieven aan Gustaaf (maar eigenlijk aan mama en papa)

7 de Leo

Dag Goudstaafje ; )

Koning was ik. Ja wadde. Geen cadeau, neem dat van mij aan! Iedereen ziet de glamourkant: kronen en tronen en mensen die ‘Ja Sire’ zeggen. Maar in feite is het heel eenzaam. Iedereen praat je naar de mond, want eerlijk durven ze niet te zijn. Dus echte vrienden heb je niet.

De hele dag op je luie kont liggen, af en toe eens brullen voor de schijn en voor de rest wachten tot vrouwlief van haar werk thuiskomt (want zo gaat dat bij leeuwen: de vrouwen verdienen de kost). Jij denkt misschien: ha alle dagen vakantie. Maar op de duur kwam het me de strot uit. Niets om handen hebben is niets voor mij.

Uit verveling begon ik te experimenteren in de keuken. Ik bleek er een talent voor te hebben. Het voedsel dat mijn vrouw van de jacht meebracht toverde ik om tot verfijnde gerechten. Ik was mijn eigen grootste fan en werd rond als een ballon haha.

Mijn vrouw fluisterde me in dat mijn talent te goed was om niet te delen. Onder ons gezegd: ik denk dat ze mijn buik een beetje te dik vond worden ; ) Maar het was een geniaal idee.

Ik opende een restaurantje in een vleugel van het paleis. Een paar tafeltjes, gewone kost, niks speciaals, maar het zat elke dag vol! Ons cliënteel breidde alsmaar uit. Ik werd vriend van mijn volk. Op de duur noemden ze me gewoon dé Leo.

Al gauw kwam protest van de parlementsleden. Een koning kok, dat kon niet. Dat stond niet in de grondwet. Daar moesten ze over vergaderen. Een koning die dan ook nog eens bij zijn voornaam genoemd werd, dat was tegen het protocol. Uren, weken, maanden palaverden ze erover zonder tot een akkoord te komen.

Ik kookte van woede. Ik was dan wel koning, maar eigenlijk had ik niets te zeggen. Een speelbal van een systeem dat niet meer deugde, dat was ik.

Gefrustreerd dat ik weldra mijn zaakje zou moeten sluiten ging het op een dag mis. Een aantal gazellen kwamen dineren. Ze deden moeilijk over de slechte verteerbaarheid van de planten en bladeren die ik met veel liefde had klaargemaakt. De hele dag had ik me uitgesloofd voor hun vegetarische wensen, zonder zelf te eten. Toen ze weigerden te betalen knakte er iets in mij. Ik slokte hen op.

Je volk opeten, dat kan je als koning kok natuurlijk niet maken.

Gelukkig had ik enkele trouwe onderdanen die de uitzonderlijke situatie begrepen.

Via een ondergrondse tunnel hielpen ze me vluchten. In het hoogste geheim werd ik op de casting voor jouw geboortecadeau gebracht.

Daar liep het niet als verwacht. Mijn kop geraakte niet door mijn dunne nek. Ik veranderde in de saaiste binnenstebuiten knuffel ooit: een ordinaire bal. Aan niets kon je zien dat ik van adellijke afkomst was. Maar eigenlijk vond ik het best zo. Eindelijk was ik van die suffe kop af. Dat strooien dak van mij, niets mee aan te vangen. Ik zag er altijd uit alsof ik net uit bed kwam – wat ook zo was in het begin – maar dat is geen look voor een koning. Dat maakt geen vitale indruk.

Maar toen zei de knuffelfee dat mijn manen in feite symbool staan voor de stralenkrans rond de zon. Wist jij dat? Nee, natuurlijk niet, jij weet nog niks. Ik zo oud, wist dit zelfs niet. Daarmee was ik dé perfecte kandidaat voor het cijfer 7, de zevende dag van de week: zon-dag ; )

En daarom hebben ze mijn kop gespaard en naar buiten getrokken. Het getal 7 haalden ze uit een van mijn poten die binnen in mijn buik toch niks zaten te doen. Het open gat in mijn nek bedekten ze met een van mijn voetzolen (anders zou jij aan mijn ingewanden kunnen en wie weet in je mond steken, en dat willen we niet he) Nu ik toch niet meer klopte heb ik gelijk gevraagd om mijn staart aan de buitenkant er weer op te naaien. Zo heb ik toch iets om mee te kwispelen als ik blij ben, of om vliegen bij jou weg te slaan, of om wind te maken als je het te warm hebt, of om je neusje te kietelen, of wie weet als ik ooit op schilderles wil, of een boek wil schrijven….

Ja wadde. Zo zie je maar hoe je per ongeluk op het juiste moment op de juiste plek terecht kunt komen.

Beste Gustaaf, welk beroep je later ook kiest, of je nu loodgieter wordt, bankbediende, uitvinder, voetballer, of koning, weet dat je een goudstaafje bent, ongeacht wat je doet! Gustaaf, Goudstaaf…. Valt het je op, dringt het door? Kies wat je graag doet man. Word koning in je eigen veld. Je hart brengt je op die troon die bij jou past! De voldoening die je daarbij zal vinden is de ware kroon op je werk, niet de titel of het geld.

O en, ook al ben jij om op te eten, dat ga ik niet doen! Neem het niet persoonlijk. Dat is gewoon een principekwestie: ik eet geen kindjes.

Dank guStaafje Goud, vanaf nu heb jij een ware koning als onderdaan. Het is me een eer jou te dienen. Van zo een promotie had ik niet durven dromen.

Smakelijke groeten

Jouw speelbal

Dé Leo

PS maar me niet aan de kat of de hond geven!