Brieven aan Gustaaf (maar eigenlijk aan mama en papa)

12 Jerry en Rocco

Gelukkig nieuwjaar Gustaaf !

Proficiat kleine man, jouw eerste levensjaar zit er bijna op! Wat heb je dat prachtig gedaan! Het was een jaar van ontdekken, verkennen, van groeien van een platte baby naar een stevige knuffelvent ; ) Een ware pelgrimstocht! En daar gaat dit laatste verhaal over, want Rocco en ik maakten een hele tocht eer we elkaar vonden.

Ik ben Jerry, kwajongen in hart en nieren ; ) ‘Niets mee aan te vangen,’ zeiden oude zeurpieten vroeger. Maar laat me jou een geheim verklappen: het gezegde: ‘Al wat je zegt ben je zelf, klopt. Wat mensen tegen jou zeggen, zeggen ze eigenlijk tegen zichzelf. Als je dat goed in je oren knoopt, kan niemand je op de kast krijgen. Dan wordt de wereld een amusant schouwspel. Als iemand tegen je zegt: jij bent een betweter! Dan denk jij: ‘Wat grappig, die vindt zichzelf een betweter.’ Het werkt in alle richtingen en ook met positieve dingen. Maar nu wat anders:

Op een dag had ik een droom dat iemand mij zocht. De droom was zo sterk dat ik geen andere keuze had dan te vertrekken om hem te gaan zoeken. Zo begon mijn queeste naar een onbekende bestemming. Ik stak oceanen over, beklom bergen, waadde door velden, op zoek naar die mysterieuze vriend wiens gezicht ik niet kende. Hoe meer ik het Noorden naderde, hoe dichterbij hij voelde. Maar eens aangekomen op de Noordpool, voelde ik me weer verder verwijderd dan ooit. Ik logeerde bij een Eskimo. Die nacht droomde ik dat ik terug naar huis moest. De volgende ochtend bracht hij me per slee naar de grens. Is dat cool man! Je waant je de Kerstman. Alleen, in plaats van rendieren, werd zijn slee getrokken door wolfshonden! Prachtexemplaren met een weelderig dikke vacht en een pluimstaart. De Eskimo vertelde me dat één van zijn sleehonden, een paar weken voor mijn komst was weggelopen. Toen hij dat zei liep er een rilling over mijn lijf.

Terug thuis lag er een bontje voor mijn deur, alsof een oma haar jas daar was vergeten.

Het was de poolhond van de Eskimo. Toen ik in zijn ijsblauwe ogen keek, zag ik de oceanen die ik was overgestoken op zoek naar hem. Ik wist dat ik mijn soulmate had gevonden en dat hij naar mij op zoek was gegaan.

Maar laat ik hem dat zelf vertellen:

Dag makker, ik ben Rocco, de meest eigenwijze poolhond van de Noordpool. Zo’n hond die denkt alles beter te weten. Strontarrogant was ik.

‘Mijn kop eraf als het niet zo is,’ zei ik altijd. Ik voorkwam vele ongelukken door mijn baas niet te gehoorzamen. Maar het maakte me niet geliefd bij de anderen, het leverde me geen vrienden op. Ze vonden me een betweter en terecht. Ik mocht dan wel gelijk hebben… mijn zelfvoldaanheid maakte al het goede teniet. Datgene waar we van nature goed in zijn, is geen verdienste maar een geschenk. Daar hoef je niet mee te pronken. Daar moet je juist dankbaar voor zijn dat jij dat talent mag dienen. Maar eer ik dat doorhad moest er heel wat gebeuren!

Op een dag voelde ik dat ik weg moest. Ik wist niet waarom en waarheen, maar vertrouwde erop dat mijn poten de weg zouden weten eens ik vertrok. Mijn tocht leidde naar België, naar een huis van een jongen die ik niet kende. Als een deurmat wachtte ik tot hij zou thuiskomen. Voorbijgangers probeerden me mee te lokken. Ze zeiden dat de bewoner voor een verre reis was vertrokken, dat ik daar zou liggen tot de wormen me opaten.

‘Hij komt terug,’ zei ik vastberaden. ‘Mijn kop eraf als het niet zo is.’

En zo gebeurde. Jerry vond me, uitgemergeld, meer dood dan levend. Toen hij me aankeek, schoot ik vol licht, alsof hij me een vitaminen spuitje gaf met zijn blik. Ik herkende hem zonder hem ooit voorheen gezien te hebben. Zo gaat dat met soulmates. Van toen af waren we onafscheidelijk.

Je zou gaan denken dat ik door dit gebeuren wel wat nederiger zou worden.

Mooi niet. Terug op kracht werd ik het vertrouwde arrogantje van voorheen. Ik werd overmoedig, begon mijn instincten te negeren en gedroeg me roekeloos. Als Jerry naar links wilde, ging ik naar rechts.

Tot de onvermijdelijke dag kwam dat ik het mis had. Jerry wilde met de bus gaan.

‘De ondergrondse is sneller,’ zei ik. ‘Mijn kop eraf als het niet zo is.’

Rebels rende ik de metro in. De metro waar enkele tellen later een bom zou afgaan…

De enorme knal rukte mijn kop eraf en katapulteerde me naar het komische dierenbos. (een spijtige woordspeling gezien de ver van komische situatie)

Daar vliegend in de lucht kon ik maar aan één ding denken: Jerry! Ik bad tot de engelen dat hij ongedeerd was. Ik kwam middenin een casting terecht. De casting voor jouw laatste knuffel. Mijn kop rolde als een verloren knikker voor de voeten van de jury. Die zagen het als een teken en kozen me als nr 12. Toen ze me weer in elkaar zetten, naaiden ze mijn kop omgekeerd op mijn lijf. Ik snapte er niets van, maar het kon me niet schelen hoe gek dat eruit zag. Boven alles wilde ik weer bij Jerry zijn, al was het met mijn kont op mijn muil genaaid. Al gauw werd me de reden duidelijk van die omkering: Doordat mijn kop binnenste buiten was, zaten al mijn gedachten nu aan de buitenkant. ‘Leve de vrijheid!’ riepen die en ontsnapten naar andere oorden. Alle arrogante gedachten in één keer weg… maar helaas ook de andere. Ik bleef eenzaam en alleen achter, zonder één enkele gedachte. (hét summum voor spirituele zoekers naar het schijnt) Teveel Zen ineens voor mij ; (

Mijn hart ging uit naar Jerry, maar ik had een kort mank pootje overgehouden aan de explosie waardoor ik telkens omviel als ik probeerde te lopen. Ik huilde als een wolf. Ze wisten niet wat er scheelde. Ik leek de eerste knuffel te zijn die niet naar jou wilde.

Mijn gehuil lokte Jerry naar het komische dierenbos. En toen werd alles duidelijk. Ze begrepen dat wij als Nello en Patrasche waren (een jongen en zijn hond uit Hoboken die beroemd werden tot in Japan) In Hoboken staat een standbeeld van hen en nu sinds kort liggen ze samen onder een dekentje voor de kathedraal van Antwerpen, de plek waar Nello stierf, nadat hij ernaartoe was gereisd om een schilderij van Rubens in het echt te zien.

Jerry en ik schrokken ons een ongeluk als we elkaar terugzagen, hij van mijn omgedraaide kop, ik van zijn witte verschijning! Hij leek wel een albino. Door alles te zien gebeuren was zijn haar in één klap wit geworden, van de schrik dat hij me kwijt was. Voor de tweede keer hadden we elkaar gevonden. De knuffelfee besefte dat ze ons niet meer kon scheiden en wilde een vervanger zoeken voor mij.

En toen besloten Jerry en ik om samen naar jou te komen. Als je van elkaar houdt maakt het niet uit waar je bent… samen zijn is het belangrijkste. Met plezier verhuizen we naar jou. Samen worden we als de drie musketiers! Onoverwinnelijk!

Lieve Gustaaf, als je hart je ooit zo een felle impuls geeft dat je er niet meer van kan slapen, dan wens ik jou de moed om te gehoorzamen! Het kan betekenen dat je op weg moet, op queeste, of dat je gewoon moet wachten… alleen je hart weet wat te doen… maar één ding is zeker:

Wat jij zoekt, zoekt ook jou !!!!!!!!!!!! (met 12 uitroeptekens ; )

Op de vriendschap!

Voor altijd de jouwe

Jerry en Rocco

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s